LHBTIQ+ desinformatie: inzichten uit de BENEDMO-kennissessie
Op 14 april kwamen journalisten, onderzoekers, maatschappelijke organisaties en beleidsmakers samen in Den Haag voor een kennissessie van BENEDMO over de groeiende uitdagingen rondom desinformatie en het factchecken van schadelijke en misleidende narratieven over de LHBTIQ+ gemeenschap.
Desinformatie door een feministische lens
De ochtend werd geopend door Marília Gehrke, universitair docent Media- en Journalistiek Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar keynote presentatie ‘Weaponizing stereotypes: The violent mechanisms of gendered disinformation and how a feminist fact-checking agenda can help’ pleitte zij voor een fundamentele herziening van hoe we naar desinformatie kijken.
Volgens Gehrke is het toonaangevende rapport The Information Disorder (2017) inmiddels achterhaald. Het model legt teveel nadruk op intentie (“liegt iemand bewust?”) en houdt vrijwel geen rekening met de rol van gender en machtsstructuren.
Haar centrale boodschap: generatieve AI versterkt bestaande stereotypen op grote schaal en maakt het mogelijk om gendergerelateerde desinformatie in te zetten als een vorm van systematisch geweld. In plaats van te focussen op losse claims en labels als ‘waar’ of ‘niet waar’, pleitte Gehrke voor een nieuwe, feministische benadering van factchecking. Deze richt zich op het blootleggen van onderliggende narratieven, het benutten van databronnen die structureel geweld zichtbaar maken, en een sterkere inzet op prebunking, ofwel het vooraf informeren van het publiek zodat het minder vatbaar wordt voor desinformatie.
Terugkerende narratieven in de praktijk
In de daaropvolgende presentatie liet fact-checker Yitsz Neurink van BENEDMO-partner Nieuwscheckers zien hoe dergelijke narratieven zich in de praktijk manifesteren. Op basis van 61 fact-checks uit de BENEDMO-database en Nederlandstalige factcheck organisaties identificeerde hij terugkerende patronen in desinformatie rondom de LHBTIQ+ gemeenschap. Voorbeelden hiervan zijn het idee van een “gay agenda”, beschuldigingen van indoctrinatie, zogenaamde ‘transvestigation’ van publieke figuren en het gebruik van vrouwenrechten om anti-LHBTIQ+ sentimenten te legitimeren (ook wel aangeduid als ‘femonationalisme’).
Een opvallende bevinding is dat veel van de huidige argumenten niet nieuw zijn. Ze vertonen sterke gelijkenissen met retoriek die al in de jaren tachtig tegen homoseksuelen werd gebruikt, en vinden hun vroegste oorsprong in de katholieke kerk van de jaren negentig. Het platform X (voorheen Twitter) speelt een centrale rol in de snelle verspreiding van dergelijke narratieven. Het volledige onderzoek van Nieuwscheckers is uitgebreid terug te lezen in de Deep Dive.
Meer dan losse feiten controleren
Tijdens het aansluitende panelgesprek met Marília Gehrke, Yitsz Neurink, Peter Burger (Nieuwscheckers) en Rens Knapen (ANP), werd de vraag gesteld hoe journalisten en factcheckers beter kunnen omgaan met hardnekkige desinformatie narratieven. Een veelbelovende aanpak die werd besproken is narrative checking: in plaats van individuele claims afzonderlijk te verifiëren, bundel je alle circulerende beweringen rond een persoon of thema op één centrale pagina en wordt dit in samenhang geanalyseerd.
Er was brede consensus onder de panelleden dat factcheckers verder moeten gaan dan het beoordelen van losse uitspraken of beweringen. Tegelijkertijd werd erkend dat dit in de praktijk niet altijd even eenvoudig is. Zo gaf Knapen aan dat het ANP zich vanwege de aard van nieuws vooral richt op snelle berichtgeving, en minder op uitgebreid onderzoek naar onderliggende narratieven.
De rol van media: tussen bereik en verantwoordelijkheid
Een belangrijk discussiepunt was hoe media omgaan met gevoelige LHBTIQ+-gerelateerde onderwerpen. Het herhalen van onjuiste claims kan soms onbedoeld bijdragen aan hun verspreiding, zelfs als het gedaan wordt om ze te ontkrachten. Daarom is het effectiever om correcte en constructieve verhalen te benadrukken. Tegelijk roept dit vragen op over journalistieke neutraliteit en bereik. Niet alle doelgroepen staan namelijk open voor factchecks of positieve framing, wat het lastig maakt om effectieve strategieën te bepalen. Tot slot werd benadrukt dat journalisten zelf ook verantwoordelijkheid dragen: zij moeten desinformatie herkennen, vermijden en beter samenwerken met onderzoekers. Richtlijnen, educatie en ‘pre-bunking’ werden gezien als belangrijke stappen vooruit.
Samenwerking en preventie als sleutel
In de afsluitende rondetafelgesprekken werd verder ingezoomd op zowel de uitdagingen van factchecking rond LHBTIQ+-desinformatie als de bredere verantwoordelijkheid van journalistiek, overheid en maatschappelijke organisaties in het tegengaan hiervan.
Een centrale conclusie was dat factchecking niet alleen draait om het controleren van feiten, maar om het begrijpen van bredere narratieven en hun impact op mensen. De toename van anti-transretoriek in Nederland werd daarbij als zorgwekkend benoemd. Deelnemers benadrukten dat achter desinformatie echte menselijke schade schuilgaat, en dat journalistiek daarom niet alleen accuraat, maar ook zorgvuldig en empathisch moet zijn. Pre-bunking werd genoemd als een belangrijke strategie: het vroegtijdig herkennen en ontkrachten van opkomende narratieven. Dit vraagt om intensievere samenwerking tussen NGO’s, factcheckers en experts, evenals investeringen in mediawijsheid.
Tegelijk bestaan er vragen over de rol van sociale mediaplatforms zoals Meta: moeten organisaties daar actief tegengeluid bieden, of juist afstand nemen? Ook werd gewezen op de invloed van online subculturen zoals de ‘manosphere’, met name op jongeren. Dit is een ontwikkeling die vraagt om een bredere aanpak via onderwijs en beleid. Over onderwijs liepen de meningen uiteen. Sommigen vonden dat scholen te laat zijn om nog effectief in te grijpen, terwijl anderen wezen op bestaande initiatieven en verplichtingen rond diversiteit.
Binnen redacties zelf spelen tijdsdruk en, volgens sommige deelnemers, een gebrek aan specifieke kennis een rol. Dit kan soms leiden tot onzorgvuldige berichtgeving en het onbedoeld versterken van schadelijke frames. Er is behoefte aan meer expertise, beter gebruik van interne structuren zoals ombudsmannen, en directer contact tussen media en kennisorganisaties.
Ook de rol van beeldvorming kwam nadrukkelijk aan bod: visuele keuzes en framing kunnen bestaande stereotypen versterken. Tegelijkertijd blijken overheden, zowel lokaal als nationaal, nog zoekende in hun aanpak van desinformatie. Gebrek aan inzicht, capaciteit en duidelijke verantwoordelijkheden belemmeren effectieve actie.
De belangrijkste conclusie van de dag: desinformatie rond de LHBTIQ+ gemeenschap is complex, gelaagd en hardnekkig. Een effectieve aanpak vraagt om meer dan alleen factchecking. Alleen door intensieve samenwerking, kennisdeling en een gezamenlijke strategie kunnen mediaredacties, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties deze uitdagingen effectief aanpakken.