Voorbij zichtbaarheid: Hoe Nederlandse nieuws- en actualiteitenprogramma’s LHBTQIA+-thema’s in beeld brengen
De toenemende zichtbaarheid van LHBTQIA+-personen en -onderwerpen op de Nederlandse televisie leidt niet automatisch tot een meer inclusieve of genuanceerde representatie. Integendeel: de manier waarop deze onderwerpen in beeld worden gebracht, wordt vaak gekenmerkt door verregaande generalisatie, polarisatie en een sterke nadruk op conflict. Dit blijkt uit het Engelstalige BENEDMO-rapport ‘Beyond Visibility: Framing LGBTQIA+ topics in Dutch news and current affairs broadcasting’, geschreven door onderzoeker Gabrielle Aguilar van Gend van Beeld & Geluid.
Verschillen platgeslagen tot één politieke categorie
Een van de meest opvallende patronen in de Nederlandse nieuwsvoorziening is generalisatie. LHBTQIA+-kwesties worden doorgaans besproken onder brede verzamelnamen zoals “LHBTQIA+” of “LHBTQIA+-ers”. Specifieke identiteiten (zoals lesbisch, homoseksueel of transgender) komen veel minder vaak aan bod, terwijl groepen zoals biseksuelen, intersekse personen, agenders en aseksuelen vrijwel volledig onzichtbaar zijn. Hierdoor wordt de interne diversiteit van de gemeenschap genegeerd en worden LHBTQIA+-personen gepresenteerd als één homogene sociale en politieke categorie. Dit patroon sluit opvallend aan bij desinformatie-narratieven online, zoals die rond de vermeende “gay agenda”, waarin diverse seksuele en genderidentiteiten eveneens worden gereduceerd tot één gecoördineerde politieke actor met een verborgen motief.
Transgender-onderwerpen: veel media-aandacht, maar sterk gepolariseerd
Hoewel de bredere gemeenschap vaak op één hoop wordt gegooid, vormen transgender-gerelateerde onderwerpen een uitzondering. Zij ontvangen juist een onevenredig groot deel van de media-aandacht binnen de LHBTQIA+-verslaggeving. Deze zichtbaarheid is echter bijna uitsluitend geconcentreerd binnen sterk gepolariseerde debatten. De berichtgeving concentreert zich rond een zeer beperkt aantal medische kwesties (zoals puberteitsremmers en hormoonbehandelingen), juridische discussies (zoals gendererkenning en deelname aan sport) en verhalen die focussen op transitie versus detransitie.
Focus op conflict en de valkuil van “two-sidesism”
Zichtbaarheid is niet hetzelfde als acceptatie of inclusie. Televisieprogramma’s selecteren onderwerpen voornamelijk op basis van conflict, controverse of maatschappelijk risico, in plaats van LHBTQIA+-personen te tonen als onderdeel van het dagelijkse maatschappelijke leven. Deze “geproblematiseerde zichtbaarheid” werkt in twee richtingen: LHBTQIA+-gemeenschappen worden enerzijds neergezet als kwetsbare slachtoffers van geweld en discriminatie, maar anderzijds ook gepresenteerd als een object van achterdocht en maatschappelijke zorg. Dit laatste is bijvoorbeeld zichtbaar in debatten over seksuele voorlichting op scholen of dragcultuur, die regelmatig geframed worden als een “bedreiging voor kinderen”.
Actualiteitenprogramma’s proberen hun journalistieke objectiviteit vaak aan te tonen door middel van “two-sidesism”: het organiseren van een debat rondom twee lijnrecht tegenover elkaar staande standpunten. Dit creëert echter regelmatig een structureel ongelijke verhouding. Als voorbeeld noemt het rapport een uitzending waarin over de “toenemende trend” van transitie werd gedebatteerd door meerdere vertegenwoordigers van anti-transgenderorganisaties en een detransitioner, tegenover slechts één transgender persoon. Het debat over de identiteit zelf overschaduwt hierbij de daadwerkelijke geleefde ervaringen en empirisch bewijs
Visuele clichés als snelle blikvanger
Ook op visueel vlak schieten redacties tekort door een sterke afhankelijkheid van een beperkt aantal visuele clichés. Er wordt veelvuldig gegrepen naar beelden van Pride-parades, regenboogvlaggen en dragqueens om LHBTQIA+-onderwerpen te illustreren, zelfs als deze beelden geen directe, bewijskrachtige link hebben met het specifieke nieuwsitem (zogenaamde “drift visuals”).
Zo beschrijft het rapport een nieuwsitem over een brandstichting bij een Rotterdams café waarbij de politie homofobie vermoedde; in plaats van beelden ter plaatse te tonen, introduceerde de omroep het segment met beelden van een dragqueen die haar make-up aanbrengt. Deze visuele keuzes, die vaak voortkomen uit tijdsdruk, archiefbeschikbaarheid en licentiekosten, dragen bij aan subtiele sensatiezucht en versterken stereotypes.
De rol van media-archieven
Het rapport waarschuwt tot slot dat deze eendimensionale media-representatie dreigt te worden gereproduceerd in de geschiedschrijving, aangezien audiovisuele archieven bewaren wat er op televisie te zien is. Om te voorkomen dat toekomstige generaties de LHBTQIA+-geschiedenis enkel herinneren via controverses en stereotiepe beelden, pleit het rapport voor archiefinitiatieven zoals “Queering the Collection” (uitgevoerd door onder andere Beeld & Geluid en IHLIA). Deze projecten proberen actief blinde vlekken in collecties te identificeren en ondervertegenwoordigde, alledaagse verhalen beter vindbaar en toegankelijk te maken.